Staatshervorming
Een tweede stem voor Brusselaars? Toch even rustig ademhalen
- Gegevens
- Gepubliceerd op vrijdag 27 februari 2009 10:29
Sven Gatz (Open VLD) pleit ervoor de Brusselaar een dubbele stem te geven. (brusselnieuws.be) Brusselaars zouden zo de kans krijgen op een politicus te stemmen van de andere taalgroep. Gatz hoopt dat zijn systeem ingang vindt na de gewestverkiezingen van juni. Stefaan Van Hecke en Rik Jellema (Groen!) hebben hier toch enkele bedenkingen bij.
"Een debat over het bestuur in Brussel is broodnodig. Groen! is daar al een hele tijd mee bezig. Denk maar aan ons voorstel om een samenwerkingsverband Brussel-Brabant te maken. Maar met zijn voorstel om elke Brusselaar twee stemmen te geven, gaat Gatz toch nogal kort door de bocht," zegt Stefaan Van Hecke, die in de Kamer de institutionele debatten op de voet volgt.
“Ik wil de Brusselaar ook een tweede stem geven,” legt Gatz uit. “Bij verkiezingen kan men dan op een Nederlandstalige kandidaat stemmen en heeft men bijkomend ook de mogelijkheid - het is geen verplichting - om op een Franstalige kandidaat te stemmen. Zo krijgen we een generatie Brusselse politici die stemmen halen uit beide taalgroepen.”
Gatz heeft een voorstel van bijzondere wet klaar om de Brusselwet te wijzigen. Een tweede, vrije stem moet volgens hem de samenhang tussen de Brusselaars versterken. Aan de gewaarborgde vertegenwoordiging van de Nederlandstaligen in Brussel wordt niet geraakt, zegt Gatz. Om te voorkomen dat de Franstalige kiezers te sterk bepalen welke Nederlandstaligen een zitje krijgen, wil de Open VLD'er dat de tweede stem maar voor de helft doorweegt. Het aantal tweede stemmen telt dan voor maar een derde mee in die taalgroep.
Rik Jellema, Groen! gemeenteraadslid in Etterbeek schrijft op zijn blog dat hij de bekommernis van Gatz begrijpt: "De huidige situatie is inderdaad niet aangepast aan de Brusselse realiteit. Het groeiende aantal tweetalige Brusselse gezinnen, de vele Brusselaars die switchen tussen het Franstalige en het Nederlandstalige aanbod (scholen, cultuur, opvang, sport, …) … tonen aan dat de Brusselaar zich niet laat vangen in een levenslange taal(aan)horigheid. De politieke vertaling van deze hybride situatie is evenwel een stuk moeilijker. Zoals het toch wel vrij zotte plan van Gatz, nochtans geen zot, bewijst."
Groen! federaal parlementslid Stefaan Van Hecke verwoordt het als volgt: “Zijn oplossing slaat echter nergens op: een tweede stem (voor de andere taalgroep) die echter maar voor de helft doorweegt en maar voor een derde meetelt in die taalgroep. Volgt u nog? Kiezen vereist dat de kiezer het effect van zijn stem kan inschatten. En dat is hier niet het geval. Wie echt Brusselse politici wil hebben, moet Brusselse lijsten mogelijk maken.”
De oplossing lijkt te liggen in tweelatige lijsten. Maar hoe passen we dit idee toe zonder enig beschermingsmechanisme zoals de gewaarborgde vertegenwoordiging voor de Vlamingen? Want het laatste wat we willen is de installatie van een zogeheten "subnationaliteit" waarbij een Brusselaar zich zou moeten bekennen tot deze of gene taalgroep. Gatziaanse gadgets zullen de verkiezingen niet transparanter maken. Laat staan democratischer.
Jellema verwijst naar een interessante piste voor de gewestverkiezingen van Philippe Van Parijs die hij in een lezing op 12 september 2008 in de Solvay-bibliotheek hield voor Ons Erfdeel (afgedrukt in ”Ons Erfdeel” van november 2008, blz. 26-38).
Het boeiende aan Van Parijs is dat hij een meertalig Brusselaar is, wetenschapper en zijdelings politiek actief, met name bij de Staten-Generaal. Zijn ideeën zijn vaak ingegeven door verstand van zaken en een groot federaal hart.
Hij verwijst naar de idee van een federale kieskring. Allereerst stelt hij voor dat alle niet-Belgen (een derde van de Brusselse bevolking!) gewestelijk stemrecht zouden krijgen. Aangezien je dan helemaal de kunstmatige opdeling tussen Nederlandstaligen en Franstaligen overhoop moet gooien, wil hij ook de twee kiescolleges opheffen. Maar hij verliest het gevaar van minorisering niet uit het oog!
“In de plaats daarvan pleit ik voor een systeem dat meertalige kieslijsten toelaat, met een gewaarborgde vertegenwoordiging van Franstaligen, Nederlandstaligen en Europeanen, naar het model van het voorstel van de Paviagroep voor een federale kieskring op federaal niveau.”.
Op hun website verwoordt de Paviagroep het als volgt: "Een zetel voor een lijst gaat naar de nog niet verkozen kandidaat met het hoogste verkiesbaarheidscijfer (te berekenen op dezelfde wijze als voor de andere zetels in de Kamer). Indien de kandidaat met het hoogste verkiesbaarheidcijfer behoort tot een taalgroep waarvoor het quotum al vervuld is (zie punt 5), gaat de zetel naar de eerstvolgende kandidaat van de lijst of – als dat niet meer mogelijk is – naar de eerstvolgende kandidaat van een verbonden lijst die behoort tot de taalgroep waarvoor nog zetels vacant zijn. Indien een lijst of de ermee verbonden lijst geen kandidaten meer heeft die voldoen aan de vereiste van de quota, gaat de zetel naar de eerstvolgende lijst die in aanmerking komt voor een zetel en die beschikt over kandidaten die behoren tot de vereiste taalgroep."
Een piste die zeker meer aandacht verdient dan de ingewikkelde rekensom van Sven Gatz.