Het onvermijdelijke is gebeurd. Maandagnacht heeft premier Leterme zijn eigen regering op losse schroeven gezet. Vandaag staren we naar de poort van het koninklijk paleis, wachtend tot Koning Albert II een politiek mirakel volbrengt. Maar veeleer dan ons blind te staren op het hier en nu, kunnen we maar beter de politieke toekomst van het federale België voorbereiden.
Na meer dan een jaar ruziemaken hebben de 10,5 miljoen inwoners van België nood aan sterke projecten: een antwoord op de stijgende energieprijzen, de dalende koopkracht, de sputterende economie, vergrijzing en de ecologische uitdagingen,… en een groot Institutioneel Pact.
Het voorbije jaar hebben we de illusie gekoesterd dat zo’n pact snel-snel geregeld kon worden. Wat was er anders nodig dan vijf minuten politieke moed? Intussen weten we dat het wat meer tijd zal vragen. Er moeten brokken gelijmd worden. Het Belgische federale overlegmodel dat vandaag onder vuur ligt, vertrok steeds van de gedachte dat geen van beide taalgroepen zijn wil aan de andere oplegt: geen dictatuur van de verschillende minderheden, maar ook geen tirannie van de verschillende meerderheden. Dat is ook de essentie van de democratie: de meerderheid beslist maar met respect voor de minderheid. De voorbije maanden werd dat principe door beide taalgemeenschappen verlaten. Dat krijg je als het debat aangevoerd wordt door de extremisten langs beide zijden. Het wordt tijd dat we de camera’s en micro’s van deze mensen weghalen, die na 1 jaar ruzie zaaien, enkel stilstand hebben geoogst.
Vandaag gaan de debatten over de vorm. Wie zit met wie aan tafel? Hoeveel stoelen staan er rond die tafel? Waarover mag er gesproken worden? Het is zo onduidelijk dat de Koning nog steeds geen antwoord gegeven heeft op de ontslagbrief van premier Leterme. Om los te komen van de tunnelvisie en de onduidelijkheid over het einddoel, stellen wij voor om een soort Staten-Generaal samen te roepen die een nieuw federaal België uittekent met duidelijke afspraken tussen de gemeenschappen, de gewesten en het federale niveau. Dit kan gebeuren in een soort Staten-Generaal die een nieuw federaal België uittekent in een Institutioneel Pact, dat eindelijk weer rust brengt in ons land.
Maar als we daar ooit willen geraken, dan moeten we terugkeren naar het basisprincipe van het federale België – en van de democratie – dat geen enkele gemeenschap zijn wil oplegt aan de andere. Dit betekent dat je niet langer enkel ‘neen’ zegt op elke vraag of verzuchting van de andere taalgroep. Daarnaast moet ook het einddoel duidelijk zijn. Waarom zou het Vlaams Parlement geen resolutie kunnen stemmen die klaar en duidelijk stelt dat een moderne federale staat het kader is waarbinnen het zijn vraag naar meer autonomie stelt? En natuurlijk is er ook een resultaatsbereidheid nodig. Op het einde moet er een echte tekst op tafel liggen. Een ondubbelzinnige verklaring van de Franstaligen dat zij hiertoe bereid zijn, is dan ook noodzakelijk.
Als we dit als vertrekbasis gebruiken, is veel mogelijk. Dan kunnen we ons immers ten gronde buigen over de vraag: hoe gaan we dit land zo organiseren dat we in solidariteit de grote sociale en ecologische uitdagingen van de 21ste eeuw aanpakken? Net daarom is het goed om ook het middenveld bij dit proces te betrekken: vakbonden, bedrijfsleiders, academici, kunstenaars, journalisten, ngo’s, milieubewegingen, economen… Niet alleen kunnen zij met nieuwe ideeën naar voor komen, bovenal kunnen we zo een nieuw, modern, federaal België uittekenen dat door een zeer brede basis gedragen wordt en dat zich complexloos kan inschrijven in een eengemaakt Europa.
Het Institutioneel Pact moet de overheden zo hervormen dat de federale overheid, de gemeenschappen en de gewesten een respectvolle relatie met elkaar kunnen aangaan, zodat iedereen zich kan ontplooien. Uiteraard moet er dan ook speciale aandacht gaan naar Brussel. Vlaanderen mag Brussel niet loslaten, maar de Brusselaars met hun tientallen verschillende talen vragen ook dat Vlaanderen Brussel niet betuttelt. Zij willen terecht een volwassen relatie met onze hoofdstad.
Het eindresultaat moet een overzichtelijk en logisch staatsmodel zijn waar alle burgers zich kunnen in terugvinden. Ideaal krijgen we dan een overheid met zeer helderde, doorzichtige en soepele structuren, zodat de democratische besluitvorming weer leesbaar wordt voor de burgers van dit land. Zo kunnen we de kloof die de politieke wereld het voorbije jaar geslagen heeft tussen zichzelf en de burger opnieuw dichten. En dan krijgen we misschien toch nog… goed bestuur.