Persmededeling

Vermogenswinstbelasting: rechtvaardiger, eenvoudiger.

Groen! wil de bestaande vermogensbelastingen op natuurlijke personen afschaffen en vervangen door een belasting op de inkomsten uit grote vermogens. Dat betekent ondermeer de afschaffing van de successierechten, de roerende en onroerende voorheffing op natuurlijke personen en de registratierechten. Dankzij deze afschaffingen en de progressieve aard van de vervangende heffing zal dit een lastenverlaging betekenen voor zowat 75% van de bevolking. Enkel de 15% allerrijksten zullen meer betalen dan nu het geval. In het buitenland bestaan dergelijke belastingen al (Nederland, Frankrijk,…).

(Voor alle duidelijkheid voegen we er meteen aan toe dat de afschaffing van de andere vermogensbelastingen in ons plan geen enkele budgettaire impact heeft voor de gewesten. We voorzien immers dat de federale overheid de inkomsten die de gewesten derven integraal doorstort vanuit de opbrengst van de federale vermogenswinstbelasting. Dit wordt mee geregeld in de herziening van de financieringswet (zie verder).)

Alles samen hebben de Belgen een vermogen van ongeveer 1700 miljard euro, maar liefst 500% van het BBP. De rijkste 10% van de Belgen bezit meer dan de helft van dat vermogen. Momenteel worden de inkomsten uit deze grootste vermogens bijna niet belast : 53,9% van de fiscale inkomsten worden geput uit arbeidsinkomens, slechts 7,3% komt uit vermogensinkomsten. Bovendien zijn zowat alle Belgische heffingen op vermogensinkomsten asociale vlaktaksen. Ze zijn blind voor de draagkracht van wie ze moet betalen.

De rendementsheffing op grote vermogens is echter een progressieve belasting. Dat is ook de reden waarom deze hervorming meer opbrengt. Als meer dan de helft van de Belgische vermogens bij de rijkste 10% zit, dan betekent een kleine stijging van de fiscale druk op deze superrijken een grote meeropbrengst. Onze vermogenswinstbelasting begint pas bij deciel 6, terwijl alle bestaande vermogensbelastingen beginnen bij deciel 1. Een precieze becijfering, die is afgetoetst door externe experten, kan u terugvinden hieronder.

Maar ook als deze hervorming budgettair neutraal was geweest hadden we ze voorgesteld. Het is namelijk een verregaande vereenvoudiging van de bestaande, onrechtvaardige en onnodig complexe vermogensbelastingen, zoals successierechten en registratierechten. Deze hervorming is dus meer dan een saneringsingreep, het is een rechtvaardige hervorming van een mank lopend en onrechtvaardig belastingssysteem.

Bovendien betekent een netto-opbrengst van 7,5 miljard euro slechts een verhoging van de totale fiscale druk op vermogens met minder dan een half procent. Dat is bezwaarlijk een draconische ingreep te noemen. Ook met deze rendementsheffing zullen de grote vermogens blijven aangroeien, alleen zullen ze dit iets trager doen. De groeisnelheid van de inkomensongelijkheid die de voorbije decennia steeds verder bleef doorstijgen wordt eindelijk een halt toegeroepen. Eindelijk krijgen ook de kleinste vermogens en de vermogens van onze middenklasse de benodigde ademruimte om iets op te bouwen.

Momenteel kan deze heffing niet ingevoerd worden, omdat er geen vermogenskadaster bestaat. Nochtans hebben we al meerdere malen de invoer van een vermogenskadaster voorgesteld, maar deze invoering is tot nu toe steeds afgeblokt vanuit liberale hoek. Nochtans is dit vermogenskadaster ook een belangrijk instrument voor het uitstippelen van een degelijk overheidsbeleid en een onontbeerlijk element in de strijd tegen fiscale fraude.

Detail van onze berekeningen

 

Deciel

% totaal vermogen

totaal bezit in miljard €

Belasting op rendement in schijf

Reële belasting op schijf

Vermogen gemiddeld gezin in schijf

Belasting gemiddeld gezin in schijf

Totale Opbrengst

1

1,0%

17

0%

0,0%

€ 36.559

€ 0

€ -

2

1,9%

32,3

0%

0,0%

€ 69.462

€ 0

€ -

3

2,7%

45,9

0%

0,0%

€ 98.710

€ 0

€ -

4

3,5%

59,5

0%

0,0%

€ 127.957

€ 0

€ -

5

4,4%

74,8

0%

0,0%

€ 160.860

€ 0

€ -

6

5,6%

95,2

25%

0,95%

€ 204.731

€ 417

€ 193.800.000

7

7,9%

134,3

30%

1,14%

€ 288.817

€ 1.375

€ 639.540.000

8

9,2%

156,4

40%

1,52%

€ 336.344

€ 2.098

€ 975.460.000

9

14,6%

248,2

45%

1,71%

€ 533.763

€ 5.474

€ 2.545.240.000

10

49,6%

843,2

50%

1,9%

€ 1.813.333

€ 29.785

€ 13.850.240.000

Toelichting

  • Kolom 1: Decielen (schijven van 10%)
  • Kolom 2: verdeling van het vermogen over de gezinnen volgens de meest recente wetenschappelijke studie die hierover bestaat in ons land (Vuchelen en Rademaekers 1998)
  • Kolom 3: verdeling van het huidige totale netto-vermogen van de Belgische gezinnen (1700 miljard euro, bron: Nationale Bank van België) over de gezinnen volgens de verdeling Vuchelen. We gaan uit van een groeivoet van 11,84% voor de periode 2010-2015. Deze 11,84% is gelijk aan de gecumuleerde groei van het BBP volgens de meest recente prognoses van het Federaal Planbureau.
    Dit is een conservatieve schatting van de vermogensgroei.  De laatste decennia is de Belgische vermogensgroei een stuk groter dan de BBP-groei.  (Zie ondermeer Pacolet 2005). Uit voorzorg is dus een wezenlijk, neerwaarts beleidseffect ingecalculeerd door de meest recente voorspelling van de BBP-groei van het Planbureau te nemen als groeivoet voor de Belgische gezinsvermogens.
  • We gaan uit van een notioneel rendement van 3,8% op vermogen. Dit is hetzelfde cijfer als wat de federale overheid hanteert in het kader van de notionele interestaftrek.
  • Kolom 4: progressieve belastingsschijven, analoog aan de personenbelasting
  • Kolom 5: reële belasting (belastingsschijf x notioneel rendement)

Bruto-opbrengst in miljard € 2010:

Opbrengsten af te schaffen belastingen

Netto-opbrengst in miljard € 2010:

Netto-opbrengst in
miljard € 2015:

18,204

11,50

6,704

7,498

Toelichting

  • Kolom 1: Totaal uit bovenstaande tabel
  • Kolom 2: bestaat in hoofdzaak uit de successierechten, de registratierechten en de roerende en onroerende voorheffing van de particulieren (inclusief opcentiemen).
  • Kolom 3: kolom 1 min kolom 2
  • Kolom 4: kolom 3 plus groeivoet van de netto-vermogens van 11,84% (zie boven).

 

Een argument dat vaak gebruikt wordt tegen belasting op vermogenswinsten is kapitaalvlucht. Nochtans is dat een loos argument. Zo heeft Nederland, dat een gelijkaardige heffing heeft, dankzij een intelligent flankerend beleid de voorbije jaren zelfs een spectaculaire kapitaalterugkeer gekend. Dankzij een aangekondigde verstrenging van hun inkeerregeling zijn daar heel wat vermogens teruggekeerd. Meestal keerden die terug vanuit het fiscaal paradijs België.

Bovendien is het, dankzij de Europese Spaarrichtlijn, zo dat wie zijn vermogens doorsluist naar fiscale paradijzen een ‘woonstaatheffing’ van 20% betaalt (vanaf midden 2011 zelfs 35%), wat gevoelig hoger ligt dan het hoogste heffingstarief uit ons voorstel (1,9%). In tegenstelling tot vroeger is er, dankzij deze spaarrichtlijn, dus bitter weinig incentive voor kapitaalvlucht. Deze hervorming en de strijd tegen fiscale fraude zijn dus maatregelen die elkaar versterken.